Groenteparadijs

Het is medio januari, maar daar lijkt het niet op in de tuin. Onze struikmalva’s kleuren nog steeds roze van alle bloemen. En de teeltbedden staan vol eetbare groenten. Wat is het geheim?

Mopperen

Je hebt ons als bloglezer de laatste maanden vaak horen mopperen op ons nieuwe vaderland. Op prutsers in de bouw bijvoorbeeld. Of de mañana-mentaliteit en niet weten wanneer mañana eigenlijk is. Lastig als je een huis aan het bouwen bent.
Hebben jullie geen spijt van je emigratie? Dat heb je je als bloglezer vast weleens afgevraagd…

Lusthof

Waren we hier maar nooit aan begonnen. Natuurlijk spookt dat weleens door ons hoofd.
En soms zegt een van ons dat ook hardop uit pure wanhoop. Maar zodra we ons huis uitlopen, smelt de frustratie net zo snel als de gletsjers op Groenland. Want onze tuin is een lusthof. En niet alleen voor ons…

Snoekduik

Weer zit ze te turen op een paal in de takkenril. Boven een nu dorre druifrank. Mevrouw roodborsttapuit zit graag op deze uitkijkpost. Want vanaf deze stek kan ze een snoekduik nemen in haar jachtgebied. In een teeltbed met spruiten, broccoli, snijbiet, andijvie, peterselie, groene kool, knoflook en uien om precies te zijn. Niet alleen wij halen een lekker maal uit dit teeltbed, ook mevrouw roodborsttapuit. Ze verorbert kleine insektjes die op en rond de groenten kruipen. Ze is te klein om de mulchlaag van gras en blad weg te krabben, zoals meneer en mevrouw merel doen, op zoek naar een lekkere worm.

Pechvogel

Of we wat van vogels weten? Nog niet veel, nee. We moeten ee nog een hoop leren kennen. Per abuis hebben we mevrouw en ook meneer roodborsttapuit een hele tijd versleten voor gekraagde roodstaart. Maar met onze Asturiaanse en Nederlandse vogelgids en de website van de Vogelbescherming, komen we steeds een stapje verder.
Vanaf ons terras zien en horen we allerlei vogels. Sperwers bijvoorbeeld, die boven de weilanden voor ons zweven. Op zoek naar een prooi. We herkennen hen vooral aan hun snerpende roep. Op een grote stapel snoeihout, een meter of tien van het terras, bivakkeren vaak allerlei kleine vogels. Toen er laatst angstig alarm vanuit deze takkenbult klonk, zagen we nog net een sperwer wegvliegen. Met een pechvogeltje tussen zijn snavel geklemd.

Verstoppen

Ook voor ons is de tuin een lusthof. Om te zien, ruiken en natuurlijk proeven. We hadden nooit bedacht dat we middenin de winter nog elke dag verse groenten uit eigen tuin zouden eten. Maar dat doen we dus wel. Zoals smakelijke spruiten, die ik met zorg van de stronk draai want dan kan de plant nog méér spruiten maken. En snijbiet, een ijverige groente die maar nieuw blad blijft maken en waar je dus maanden van kunt oogsten. Voor ons een vergeten groente, die we pas hier uit onze tuin zijn gaan eten. We hebben twee soorten snijbiet: van Nederlands en Spaans zaad. Als ik het aan de huisjesslakken zou vragen, dan hebben zij het liefst dat ik de Spaanse zaai. Want in het omkrullende blad van deze snijbiet kunnen ze zich goed verstoppen. Dat doen ze dus ook massaal. Op het gladde blad van de Nederlandse snijbiet (foto) lukt dat niet. Drie keer raden welke snijbiet ik niet meer ga zaaien…

Lekkerder

Nog een nieuwkomer op ons menu is palmkool of cavolo nero, zoals de Italianen de groente noemen. Met zijn smalle, donkergroene bladeren aan een lange stronk heeft de kool inderdaad veel weg van een palm. Palmkool ziet er mooi uit in het teeltbed. En nog belangrijker is natuurlijk dat ie lekker is.
Het verhaal gaat dat we vroeger in Nederland allemaal palmkool aten. Maar de groente zou in de negentiende eeuw verdrongen zijn door boerenkool. Dat snap ik niet. Want wij vinden palmkool lekkerder dan boerenkool. Trouwens, ook van een palmkool kun je blijven oogsten want de plant maakt steeds nieuwe bladen.

Zielige blaadjes

Omdat Jan dol is op spinazie, probeer ik dit vaak te zaaien. Met wisselend succes. Soms groeien er alleen wat zielige blaadjes. Of erger nog, zoals bij de Nieuw-Zeelandse spinazie. Deze soort heeft een lekkere temperatuur nodig om te kiemen. Daarom adviseert biologische zaadbedrijf De Bolster om deze spinazie pas in april te zaaien. Wat ik dus braaf deed. Maar er ontkiemde niks, niet eens één zaadje.
Geheel tégen de zaai-instructie in, heb ik het in oktober nog maar eens geprobeerd. Het was lekker weer. En dat vonden de zaadjes ook. Want ze ontkiemden deze keer allemaal. We oogsten nu nog steeds van deze oktober spinazie, die in minder dan twee weken weer helemaal aangroeit

Ontdekkingstocht

Wanneer je nou welke groente het beste kunt zaaien of planten? Géén idee. Met die ontdekkingstocht, zijn we vast nog jaren zoet. Vooral veel experimenteren en ons niet te strikt aan zaai-instructies houden. Het klimaat in onze hof is gematigder dan in Nederland. Zo hebben wij deze winter nog nauwelijks nachtvorst gehad. En als de zon schijnt, heeft die zoveel kracht dat de teeltbedden snel opwarmen. Ook is het hier ruim een uur langer licht dan in Nederland. En niet onbelangrijk, het regent regelmatig. Al met al is dit denk ik het geheim achter onze volle teeltbedden. Oh ja, natuurlijk ook onze zorg voor de bodem: de aarde niet bewerken, compost en lavameel geven en consequent mulchen met een mengsel van blad en gras…

De buren

Het lijkt logisch om voor de zaaikalender te kijken in de tuin van andere moestuinders hier. Maar dat helpt niet echt. Daar groeit nu heel weinig. Vaak alleen maar berza, de Asturiaanse klimkool. Maar geen broccoli, spruiten, spinazie, snijbiet, palmkool, bietjes en wortels, die wij nu eten. En ook geen andijvie, bloemkool, groene kool en spitskool, die we binnenkort kunnen oogsten. Best gek, want deze groenten doen het nu geweldig. Snij je van een broccoliplant de hoofdstronk af, dan groeien de knoppen binnen de korste keren uit tot oogstbare proporties. Of groeit alles nu alleen maar zo goed omdat we een milde winter hebben?

Aaibaar

We willen graag dat onze tuin ook een lusthof is voor hommels. Voor deze dikbehaarde tak van de bijenfamilie hebben we een zwak. Omdat een hommel bijna aaibaar lijkt en je niet snapt hoe hij met zijn dikke lijf de zwaartekracht kan overwinnen. En hommels zijn natuurlijk ook heel nuttig. In hun voortdurende zoektocht naar nectar bevruchten zij onze groenten en vruchten. Daarom lokken we deze wollige en andere bijensoorten met bloemen als phacelia en Oost-Indische kers naar de teeltbedden. Deze staan nu trouwens ook in bloei.

Aanslag

Vorig voorjaar ging er een schok door ons hommelparadijs. In de boomgaard zat een hommelnest, onder de grond. Dat ontdekten we omdat we hommels in en uit een gaatje in de grond zagen kruipen. Tot we op een dag op de plek van het hommelnest ineens een groot en diep gat zat. En er was geen hommel meer te bekennen. Hier was een hommelaanslag gepleegd. Maar door wie? Met zoeken op internet en vragen in het dorp kwamen we erachter. Een das had dit nest uitgegraven om de eiwitrijke hommellarven op te peuzelen.

Zelfs in januari

Gelukkig heeft de das onze hommelpopulatie niet de das omgedaan. Integendeel. Medio januari zoemen er nog altijd hommels in onze tuin. Dat is niet zo gek want ze kunnen hun eeuwige honger stillen met de nectar van bloeiende stuikmalva’s, paarse dovenetel en phacelia’s. Onze mimosa heeft alleen nog maar knoppen, maar de winterjasmijn bloeit wel. Een echt hommelparadijs dus, zelfs in januari.
En zie ik dat nou goed? Is ie nu nog dikker dan normaal…..

Je vindt hier een update van onze hof

7 Replies to “Groenteparadijs”

    1. Al die verse groenten smaken heerlijk. En ik vind het fijner om ze in zo’m hof te telen, dan in vierkantemeter bakken in een buurtmoestuin in Amsterdam. Alhoewel ik daar toen ook echt wel van genoot

    1. We voelen ons inderdaad rijk met al die groenten in dit seizoen. Vers uit de tuin op het bord, lekkerder kan niet. Het idee van zomergroenten invriezen, laten we daarom helemaal varen…

  1. Heerlijk zeg…echt genieten.

    Hier in Nederland niet zoveel meer in de moestuin. Palmkool, spruiten, groene kool, Russische kool, wat prei en groenlof. Nog even wachten en dan kunnen we weer!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *